Nee, je hebt geen smartphone van 1.000 euro nodig

Samsung Galaxy A36
(Beeld: Blue Pixl Media)

Waar het ooit vanzelfsprekend leek om een premium toestel van meer dan duizend euro te kopen voor de beste prestaties, zien we vandaag een heel ander beeld. Budget en middenklasse smartphones zijn in korte tijd enorm populair geworden en hebben niet meer de stigma dat het absoluut troep is. Voor zo’n 300 euro koop je tegenwoordig een toestel dat vijf jaar geleden nog bij de (sub)top behoorde. Waarom zouden de meeste mensen vandaag de dag nog zoveel geld neertellen voor een flagship?

De realiteit is dat voor het merendeel van de gebruikers de functies die ze dagelijks nodig hebben (WhatsApp, Instagram, Netflix, TikTok en misschien een spelletje tussendoor) moeiteloos draaien op een smartphone uit het middensegment. De belangrijkste verschillen tussen een budgetmodel en een topmodel zitten vaak in luxe extra’s, zoals de allerbeste camera, exclusieve AI-functies of premium materialen. Maar zijn die écht nodig voor de doorsnee gebruiker? Het korte antwoord: nee. Laten we kijken waarom een budget smartphone van 300 euro in 2025 gewoon goed genoeg is.

De meeste specs zijn erg goed

Redmi Note 14

(Image credit: Future / Jouri Altorf)

We hebben het in dit stuk niet noodzakelijk over telefoons die eerder richting de 100 euro gaan, maar voornamelijk telefoons die tussen de 200-300 euro bungelen met enkele uitschieters naar boven. De beste smartphones uit dit segment beschikken over chips die prestaties leveren die ons sterk doen denken aan sommige flagships van 5 tot 6 jaar geleden. Apps starten snel op, multitasken verloopt over het algemeen erg soepel en de meeste populaire games draaien zonder veel moeite op deze hardware. Zware games zoals Honkai Star Rail of Wuthering Waves zullen niet zo fantastisch draaien, maar dat is te verwachten.

Waar midrange en budget smartphones de laatste jaren heel erg goed in zijn, is het leveren van verrassend goede displays voor het prijspunt. Mijn eerste aanraking met een fantastisch scherm in een goedkopere smartphone was de OnePlus Nord uit 2020. Deze telefoon kwam oorspronkelijk voor 399 euro op de markt, maar dook al snel tot de 300 euro en beschikte wonder boven wonder over een 90Hz AMOLED-scherm. Vijf jaar geleden was dat bijna ongehoord en ik kreeg ook veel positieve opmerkingen van mensen met telefoons die honderden euro's duurder waren. De Nord heb ik dan ook jaren gebruikt.

Foto met Motorola Edge 50 Fusion

Een foto genomen met de Motorola Edge 50 Fusion. (Image credit: TechRadar / Max Delaney)

Veel smartphonemerken hebben deze trend van een hogere refresh rate doorgezet en daarom hebben we nu zelfs veel modellen met een vloeiend AMOLED- of IPS-display en een refresh rate van 90 of zelfs 120Hz. Dat vertaalt zich direct in een betere ervaring bij scrollen, gamen en video’s kijken.

Qua fotografie geldt hetzelfde verhaal: natuurlijk haalt een toestel van 300 euro het niet bij de fotografische hoogstandjes van een iPhone 16 Pro Max of Samsung Galaxy S25 Ultra, maar de verschillen zijn voor de doorsnee gebruiker klein. Goede belichting en slimme AI-algoritmes zorgen ervoor dat foto’s van een budgettelefoon meer dan goed genoeg zijn voor sociale media en fotoboeken. Denk aan toestellen zoals de Samsung Galaxy A36, de Redmi Note 13 Pro of de Motorola Edge 50 Fusion, die allemaal verrassend sterke camera’s bieden in deze prijsklasse.

Batterij en software

Samsung Galaxy A36

De Samsung Galaxy A36: momenteel onze keuze voor de beste goedkope smartphone! (Image credit: Blue Pixl Media)

Een ander sterk punt is de batterijduur. Terwijl veel flagships worstelen met steeds krachtigere hardware en hoge resolutieschermen, doen budgettelefoons het vaak verrassend goed. Grote batterijen van minstens 5.000mAh of meer zijn de standaard geworden en in combinatie met energiezuinige chips betekent dat een dag tot anderhalve dag gebruik zonder zorgen. Snelladen is bovendien in steeds meer toestellen aanwezig, vaak met 33W of zelfs 45W, snelheden die sommige flagships niet eens halen.

Ter vergelijking: de Samsung Galaxy S25 Edge, een toestel dat meer dan 1.000 euro kost, komt slechts met een batterij van 3.900mAh. In de praktijk betekent dat dat je met intensief gebruik (denk aan een uurtje gamen of veel fotograferen) het einde van de dag niet haalt. Daarbij ondersteunt het toestel maar 25W-snelladen, wat ronduit traag is in 2025.

Zelfs goedkopere modellen zoals de Galaxy A36 hebben inmiddels 45W-snelladen, waardoor je in een kwartiertje flink wat extra batterij binnenhaalt. Hier zie je dat duurder zeker niet altijd beter betekent: een toestel van 300 euro kan je moeiteloos twee dagen doorbrengen zonder oplader, terwijl een premium toestel je soms midden op de dag richting het stopcontact dwingt.

Daarnaast is ook het updatebeleid sterk verbeterd. Merken als Samsung en Xiaomi beloven inmiddels vaak tenminste vijf jaar Android-updates en soms zelfs langer. Modellen zoals de Galaxy A-serie of Redmi Note-serie profiteren hier duidelijk van en maken dat je toestel langer mee kan zonder achter te lopen.

Ten slotte het prijskaartje: 300 euro tegenover 1.200 euro of meer voor een topmodel. Dat is een verschil dat niet alleen in je portemonnee merkbaar is, maar ook in de manier waarop je met je toestel omgaat. Een gebarsten scherm of een valpartij voelt minder dramatisch als je weet dat je toestel maar een fractie van een flagship kost.

Jouri Altorf
Redacteur

Jouri heeft een passie voor esports en is tegelijkertijd onze airfryer-expert van dienst. Hij is ook de trotse eigenaar van een Garmin Instinct Crossover, die hij gebruikt om zijn workouts in de sportschool, bergwandelingen en avonturen in moshpits te tracken.